’n Speech, misdaad onder een hoedje.
Waarden brekend, normen vervagend.
Traanloos tot bloedens toe.
spiegelende maskers
die voorboden sponnen.
Woorden spelden als …
holocaust…!
Bij aangewezen volksvijanden,
schaduwen sponnen, grijpende
tasters van
venijnend rampspoed. In het belang van een wit voetje.
Macabere allures, angsten aanjagend.
Stemmen brekend,
zwijgend als kleurloos,
als maatloos; gevoelloos
passe-partout.
Leed scheppende haat,
populair bij tirannen
of verblinde mannen, als façaden
van pionnen.
IJzig schreeuwend… holocaust…!
Waar glas en kristal
de kroon bij spanden, kelk na
kelk druipend bloed, onheil
scorend bij naderend rampspoed.
In de nacht van 9 november 1938, organiseerden de nazi’s in Duitsland een pogrom.
Een nationale anti-joodse rel van ongekende gruwelijkheid. Meer dan 250 synagogen werden verwoest, 7000 joodse winkels geplunderd en meer dan 100 joden vermoord. De politie arresteert niet de daders, maar de slachtoffers. Zij pakten 30.000 joden op en namen hun bezittingen in beslag. De nazi’s zelf noemden het Kristallnacht om te suggereren dat er alleen wat ruiten waren ingegooid.
Al vanaf de machtsovername van de nazi's in 1933, was het joodse volksdeel in Duitsland, onderworpen aan vele beperkende en racistische wet- en regelgeving.
Zij waren gedwongen hun bedrijven over te dragen aan ariërs, ze mochten alleen boodschappen doen in joodsewinkels, hun kinderen mochten alleen naar joodse scholen, ze mochten geen gebruik maken van publieke instellingen zoals publieke zwembaden en bibliotheken enzovoorts. Deze wetten en de invoering daarvan gingen gepaard met veel anti-joods geweld. Tot die nacht op 9 november was het nog niet georganiseerd. Maar met goedgekeuring en onder leiding van de Nazi partij de NSDAP, de regering van Duitsland, werd vanaf dat moment het geweld tegen de joden met kracht ingezet.
Directe aanleiding voor de pogrom, was de moord op de Duitse nazi-diplomaat E. von Rath voor de Duitse ambassade in Parijs. Drie dagen eerder, op 6 november, werd hij neergeschoten door een Duitse joodse vluchteling: de 17 jarige Herschel Grynspan. Vertwijfeld en woedend was hij, toen hij via een ansichtkaart, bericht kreeg van zijn zus dat zij, samen met 18.000 andere joden, op 27 oktober gewoon Duitsland
waren uitgezet met niet meer dan een koffertje met kleren. Omdat ook Polen hen weigerde toe te laten, waren zij gedwongen om in zelfgemaakte tentjes te overleven in het niemandsland tussen beide landen.
Verstoken van eten, drinken en alle noodzakelijke voorzieningen wachtte hen ziekten, ontberingen en zelfs de dood. Dit bericht grijpt hem zo aan, dat hij de eerste de beste Duitser neerschiet die hij tegenkomt. Zijn doelwit, E. von Rath stierf aan zijn verwondingen op 8 november. Het nieuws van zijn dood bereikte Duitslandin de loop van deze en van de volgende dag. De NSDAP bij monde van Hitler, verklaarde daarop dat de moord onderdeel was van een wereldwijde joodse samenzwering tegen Duitsland. Onder directe leiding van Goebbels en in het geheim startten de nazi-SA stormtroepen die nacht de aanval op de joden. Naar buiten hield hij vol dat er sprake was van een uitbarsting van "spontane volkswoede". De joodse bevolking zou dit zelf over zich afgeroepen hebben. De NSDAP-regering stelde het joodse volksdeel daarom aansprakelijk voor de schade
en legde hen een boete op van 1 miljard Rijksmark.
De Kristallnacht markeert het begin van de Holocaust. Het systematisch vermoorden van 6 miljoen joden, circa 1 miljoen Roma en Sinti (zigeuners), en naar schatting 4,5 miljoen 'Duitse staatsvijanden', waaronder politieke tegenstanders, homoseksuelen, gehandicapten, en jehova's. Zij allen werden slachtoffers van het nazi-regime omdat zij zich verzetten of omdat zij niet pasten in de fascistische rassenideologie.
Deze nacht was voor veel inwoners het sein om Duitsland te ontvluchten. Onder andere naar Nederland. De Nederlandse regering weigerde echter de toegang aan tienduizenden (joodse) vluchtelingen. Net als in veel andere Europese landen werden ze als ongewenst beschouwd. Een van de redenen was dat anti-joodse gevoelens breed in het toenmalige Europa verspreid waren. Ook de hoge werkloosheid en "het land is vol" werden als argumenten gebruikt.
Wij moeten ons realiseren dat ten gevolge van racisme, fascisme en antisemitisme miljoenen doden zijn gevallen. We dienen te begrijpen dat onverdraagzaamheid niet alleen geschiedenis is, maar dat het nog steeds dagelijkse realiteit is. Dat racisme en fascisme vele gezichten kent en niet altijd als dusdanig is te herkennen. En dat vanuit deze traditie ook nu duizenden actieve mensen in heel Europa onverdraagzaamheid in al zijn vormen bestrijden.
De samenleving zijn wij allemaal
Helaas zien we dat in veel landen de sympathie en aanhang weer groeit voor “de eigen volk eerst” opvattingen en oplossingen. Partijen met een duidelijk anti-immigranten standpunt, krijgen toenemende steun van de kiezers.
Etnische en culturele minderheidsgroepen worden in dit gedachtegoed afgeschilderd als een “bedreiging van “onze blanke christelijke culturele identiteit” en als profiteurs van onze welvaart”. Dit gedachtegoed wordt niet alleen uitgedragen door duidelijk herkenbare extreemrechtse groeperingen. Ook zogenaamde ‘nieuwe’ populistische politieke partijen, en gematigde ‘oude’ partijen, bedienen zich van - delen van - dit gedachtegoed. Deze partijen spelen in op de gevoelens van de volksmassa van grote ontevredenheid, onrust en onveiligheid. Een ontwikkeling die vooral na 11 september 2001 in een stroomversnelling is geraakt. Maatschappelijke en sociale spanningen en vraagstukken die ten grondslag liggen aan deze gevoelens, worden zonder meer op conto geschreven van de diverse minderheidsgroepen.
Terwijl de aandacht geconcentreerd is op de tot zondebok gemaakte kwetsbare groepen, worden de maatschappelijke problemen niet echt aangepakt. Want sluiting van de grenzen is geen oplossing voor de werkloosheid. En het verdwijnen van sociale verbanden en de verloedering van waarden en normen kan niet aangepakt worden door de kloof tussen de verschillende sociale milieus in onze samenleving te vergroten en te verdiepen. Bedenk of we een samenleving willen met verschillende niveaus van staatsburger zijn. Waarbij je afhankelijk van je huidskleur, sociaal milieu of etnische of culturele afkomst je meer of minder rechten hebt.
Kies bewust zodat we aan een toekomst kunnen werken waarin alle burgers zich geaccepteerd en gewaardeerd weten. Denk aan wat Martin Luther King zei: “Vrede is niet de afwezigheid van een conflict, maar de aanwezigheid van gerechtigheid.”
Hiermee vatte hij erg goed de idealen samen van veel verzetsstrijders tijdens de Tweede Wereldoorlog en van velen in de antiracisme en antifascisme beweging van nu. Want deze beweging heeft alles te maken met het opkomen voor gerechtigheid en voor de mensenrechten.